Kennisportfolio
Management
Het 7-s model
Bedacht door de McKinsey medewerkers , om de kwaliteit te meten van een organisatie. Alle 7 s'en zouden met elkaar in balans moeten zijn voor een optimale bedrijfsvoering. Doordat eer een verhouding zit tussen elke S onderling, kun je goed zien waar het in een bedrijf misloopt en waar aan gewerkt moet worden.
Managementstijlen:
- Autocratisch (zonder medezeggenschap van werknemers)
- Consulterend (inspraak, maar wel zelf keuzes maken
- Participatief (volledige zeggenschap bij werknemers)
Recht:
Rechtsgebieden:
- Strafrecht
- Staatsrecht
- Bestuursrecht
- Burgerlijk recht (civiel recht, privaatrecht)
Rechtsfeiten:
Blote rechtsfeiten = geen invloed op (zoals het weer, dood, geboorte)
Menselijke handelingen = gedaan door een persoon/rechtspersoon
Feitelijke handelingen = een feit
Rechtshandeling = handeling met als bedoelt gevolg de wet in het leven te roepen
Eenzijdig = rechtsfeit komt door 1 persoon tot stand
Meerzijdig = twee of meerdere mensen nodig
Onrechtmatige daad = niet bedoelt om een rechtsgevolg in het leven te roepen (botsing)
Wanprestatie = niet of te laat nakomen van afspraken
Rechtmatige daad = een daad die niet in strijd is met het recht
Communicatie
Evenwichtshoeveelheid uitrekenen: Qa = Qv uitrekenen, dan de p invullen in een van de twee formules.
Elasticiteiten:
1) Prijselasticiteit: % verandering van de vraag/ % verandering van de prijs. Hoeveel verandert de vraag als de prijs met 1% verandert?
2) Kruislingse elasticiteit: % verandering van de vraag product A/ % verandering van de prijs B.
3) Inkomenselasticiteit: % verandering van de vraag/ % verandering van het inkomen. Hoeveel verandert de vraag als het inkomen met 1% verandert?
Een balans wordt gemaakt, om overzicht te krijgen van de bezittingen en schulden. Waar wordt het geld van de schulden voor gebruikt? Om deze reden moet een balans altijd in evenwicht zijn.
Een resultatenrekening is het hulpje van het Eigen Vermogen. Deze laat zien hoeveel winst er is gemaakt. Deze winst kan dan worden opgeteld bij het EV op de eindbalans.
Het liquiditeitsoverzicht wordt gemaakt om overzicht te krijgen in de ontvangsten en uitgaven per kas/bank. De toename/ afname onder aan het overzicht wordt opgeteld/ afgetrokken van de post kas/bank op de eindbalans.
Het 7-s model
Bedacht door de McKinsey medewerkers , om de kwaliteit te meten van een organisatie. Alle 7 s'en zouden met elkaar in balans moeten zijn voor een optimale bedrijfsvoering. Doordat eer een verhouding zit tussen elke S onderling, kun je goed zien waar het in een bedrijf misloopt en waar aan gewerkt moet worden.
Managementstijlen:
- Autocratisch (zonder medezeggenschap van werknemers)
- Consulterend (inspraak, maar wel zelf keuzes maken
- Participatief (volledige zeggenschap bij werknemers)
Recht:
Rechtsgebieden:
- Strafrecht
- Staatsrecht
- Bestuursrecht
- Burgerlijk recht (civiel recht, privaatrecht)
Rechtsfeiten:
Blote rechtsfeiten = geen invloed op (zoals het weer, dood, geboorte)
Menselijke handelingen = gedaan door een persoon/rechtspersoon
Feitelijke handelingen = een feit
Rechtshandeling = handeling met als bedoelt gevolg de wet in het leven te roepen
Eenzijdig = rechtsfeit komt door 1 persoon tot stand
Meerzijdig = twee of meerdere mensen nodig
Onrechtmatige daad = niet bedoelt om een rechtsgevolg in het leven te roepen (botsing)
Wanprestatie = niet of te laat nakomen van afspraken
Rechtmatige daad = een daad die niet in strijd is met het recht
Communicatie
Imago
= hoe zien anderen jou?
Identiteit
= hoe zie jij jezelf?
Imagoniveaus
Factoren imagovorming:
1. Eigen ervaringen
2. Beïnvloeding door anderen
3. Journalistieke uitingen
4. Betaalde communicatie (marketingcommunicatie)
1 --> 4 meest betrouwbaar à
minst betrouwbaar
Doel: imago =
identiteit
Identiteit =
kernwaarden
Corporatie identity mix:
- Persoonlijkheid: karakter à
kernwaarden
- Gedrag: dagelijks handelen. Consequent zijn intern en
extern.
- Communicatie: berichtgeving. Norrowcasting (specifieke info aan
specifieke doelgroep)
- Symboliek: visueel beeld (bijv huisstijl, logo, mascotte)
Invloed van massamedia:
1. One step flow: (=injectienaaldtheorie en stimulus
respons) lijkt op propaganda. Zender bepaalt wat goed is
2. Two step flow: het gebruik van bekend persoon om
boodschap over te brengen. Zit tussen zender en ontvanger
3. Agendasetting: zender bepaalt het onderwerp, maar de
inhoud niet. (bijv nieuws: redactie bepaalt wat er in komt, maar de inhoud is
al bepaalt door gebeurtenissen
The medium is the message: (bijv social media) het
medium zelf is het belangrijkste
5. Uses-and-gratifications: ontvanger bepaalt zelf wat
op welk moment relevant is. Alle wegen zijn open.
Communicatieplan:
1.
Probleem
2. Analyse à
communicatie moet beter
Extern: Markt,
concurrenten, ontwikkelingen (DESTEP)
Intern: Product,
personeel, logistiek, strategie
Doel: imago, naamsbekendheid,
informatievoorziening, effectiviteit.
3. Publieksgroepen en doelgroepen
Publieksgroep:
(niet gekozen) relatie onderhouden
Doelgroep:
(gekozen) communicatieplan op gericht (segmenteren = verder onderverdelen)
4. Communicatiedoelstelling
(!)
Afgeleid van
ondernemingsdoelstelling (= winst, rendement)
Communicatiedoelstelling
= imago, naamsbekendheid enz. (SMART!)
3 typen: kennis (iets weten), houding (iets
vinden), gedrag (iets doen).
5. De boodschap
= belofte aan de
ontvangers. Afstemmen op kernwaarden. Aanpassen aan verwachtingen en kernmerken
van elke doelgroep. SLOGAN
1. Communicatiemiddelen
Welke communicatiemiddelen kies je?
Dagbladen (nadeel: niet specifiek)
Tijdschrift advertentie (nadeel: geen beleving)
Sociale
media
Televisie, radio reclame/ filmpje (zender belangrijk)
(radio: houding, geen visueel beeld
bij)
Buitenmedia
Afhankelijk van
doelstelling (kennis, houding, gedrag)
Zoveel als past
bij doelgroep en doelstelling.
2. Tijdsplanning
Afstemmen
communicatieactiviteiten, ontwikkeling maak tijdschema!
Externe
partijen: kan lang duren
3.
Budget
Taakstellende
methodes (kijken wat het communicatieplan kost)
Uitgaven in
voorgaande jaren (altijd hetzelfde)
Omzetpercentage
methode (zoveel procent is voor communicatie)
Concurrentie georiënteerde
methode (volggedrag)
Anticyclische
methode (tegen de conjunctuur in, als het slecht gaat à
veel)
Sluitpost
methode (geld krijgen als er iets over is)
4.
Evaluatie
- Effectevaluatie: zijn doelstellingen bereikt? Wat
kan beter?
- Procesevaluatie: hoe is het proces verlopen?
Coördinatie? (externe partijen)
- Productevaluatie: waardering van de doelgroep voor
de communicatie- uiting
Verschil medium en middel: medium is overkoepelende geheel (tv, radio enz)
middel is (reclame OP tv, advertentie IN dagblad)
Facebook is het middel van het medium
sociale media
AEC
Evenwichtshoeveelheid uitrekenen: Qa = Qv uitrekenen, dan de p invullen in een van de twee formules.
Elasticiteiten:
1) Prijselasticiteit: % verandering van de vraag/ % verandering van de prijs. Hoeveel verandert de vraag als de prijs met 1% verandert?
2) Kruislingse elasticiteit: % verandering van de vraag product A/ % verandering van de prijs B.
3) Inkomenselasticiteit: % verandering van de vraag/ % verandering van het inkomen. Hoeveel verandert de vraag als het inkomen met 1% verandert?
BEC
Een balans wordt gemaakt, om overzicht te krijgen van de bezittingen en schulden. Waar wordt het geld van de schulden voor gebruikt? Om deze reden moet een balans altijd in evenwicht zijn.
Een resultatenrekening is het hulpje van het Eigen Vermogen. Deze laat zien hoeveel winst er is gemaakt. Deze winst kan dan worden opgeteld bij het EV op de eindbalans.
Het liquiditeitsoverzicht wordt gemaakt om overzicht te krijgen in de ontvangsten en uitgaven per kas/bank. De toename/ afname onder aan het overzicht wordt opgeteld/ afgetrokken van de post kas/bank op de eindbalans.
Reacties
Een reactie posten